In deze stap wordt niet alleen vastgesteld welke gegevens (feiten) in elke processtap worden verwerkt, maar worden ook de onderlinge relaties tussen deze gegevens en de gespecificeerde informatie-elementen geanalyseerd. Het resultaat hiervan is een visueel informatiemodel dat de informatiestromen en -structuren binnen de organisatie inzichtelijk maakt.
Deelstappen:
1. Procesanalyse:
- Onderzoek elke stap binnen het proces om te identificeren welke gegevens worden verzameld, gebruikt of getransformeerd.
- Documenteer deze gegevens als bouwstenen van de informatieverwerking.
2. Koppeling leggen met informatie:
- Verbind de geïdentificeerde gegevens met de eerder in Stap 2 gespecificeerde informatie-elementen.
- Beschrijf hoe de gegevens bijdragen aan de kwaliteit en inhoud van de informatie (bijvoorbeeld welke gegevens bijdragen aan de beschikbaarheid, integriteit of vertrouwelijkheid).
3. Relaties in kaart brengen:
- Analyseer en documenteer de interacties en afhankelijkheden tussen de verschillende gegevens en informatie-elementen.
- Identificeer welke gegevens samen een logische informatie-eenheid vormen of welke gegevens als input dienen voor het vormen van afgeleide informatie-objecten.
4. Informatiemodel opstellen:
- Stel een visueel model dat de relaties en informatiestromen duidelijk weergeeft.
- Zorg ervoor dat het model de koppelingen tussen gegevens, de verwerkte informatie en de afgeleide informatie-objecten inzichtelijk maakt, zodat de samenhang binnen de organisatie duidelijk wordt.
5. Documentatie:
- Leg de geïdentificeerde gegevens, hun relaties en het opgestelde informatiemodel systematisch vast.
- Zorg dat deze documentatie een referentie vormt voor latere stappen en validaties, zodat alle stakeholders een helder overzicht hebben van de informatie- en datastromen.