Bepaal welke afgeleide informatie-objecten (zoals dossiers, rapporten of klantprofielen) ontstaan uit de verwerkte informatie, en definieer hun structuur en relaties.
Deelstappen:
1. Objectidentificatie: Identificeer op basis van de verwerkte informatie de relevante informatie-objecten.
2. Structurering: Definieer de interne structuur van deze objecten en de relaties tussen de objecten en de onderliggende informatie.
3. Validatie: Controleer of de afgeleide informatie-objecten voldoen aan de eerder gestelde eisen en de behoeften van de afnemer.